AZOREN
eilanden van rust en natuur
De Azoren is een eilandengroep in de Atlantische Oceaan, circa 1.448 km westelijk van het vasteland van
Portugal. Administratief zijn de eilanden een autonome regio van Portugal.
Er wonen 250.000 mensen en de eilanden hebben een oppervlakte van 2314 km2.
De negen eilanden zijn São Miguel (het grootste) en Santa Maria in het zuidwesten;
Terceira, Pico, Faial, São Jorge en Graciosa in het midden;
en Flores en Corvo in het noordwesten.
Ponta Delgada is de hoofdstad en tevens de grootste stad.
De eilanden kenmerken zich door een weelderige natuur. Doordat het toerisme geen uitwassen
kent kan men er nog echte rust vinden. Wandelen kan men op deze eilanden maar ook genieten
van de authentieke dorpjes met prachtige kerken en landhuizen.
De vruchtbare grond levert vele gewassen op en zorgt voor bloeiende wijngaarden.
Men voert suikerbieten, sinaasappels, bananen en ananas uit.
Ook vanwege de vulcanische activiteiten worden de eilanden vaak bezocht.
Pico Alto is de hoogste vulkaan (2351 m).
De Azoren waren al bekend bij de Grieken en Romeinen en kwamen voor het eerst op
landkaarten voor in 1351. Portugese zeelieden stapten in 1427 of 1431 aan land,
maar kolonisatie begon pas in 1445 met Diogo de Sevilha of Goncalo Velho Cabral.
Gedurende deze periode waren de Azoren een tussenstop voor de vloten van
ontdekkingsreizigers als ze terugkeerden van de Nieuwe Wereld.
Er gingen in dit gebied vele schepen ten onder tijdens wervelstormen of vielen ten prooi
aan piraten die hier opereerden.
De eilanden waren in trek bij bannelingen.
In de onmiddellijke omgeving vonden zeeslagen plaats tussen de Engelsen en de Spanjaarden.
In de 20e eeuw vond de grote uittocht naar de Verenigde Staten plaats.
De Verenigde Staten onderhouden een NAVO-basis op de eilanden.